Matrix 7. Samenvatting van diagnostiek en interventies bij vroegtijdige zaadlozing volgens een stepped care-model

 

 

 

Proces

 

 

Verrichting

 

 

Resultaat

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stap 1

 

Intake

Diagnostiek

   Stellen diagnose

   Vaststellen oorzakelijke en onderhoudende factoren

   Vaststellen hulpvraag

Anamnese:

   Vaststellen subtype vroegtijdige zaadlozing:

·       levenslang of verworven

·       variatie in intravaginale ejaculatie latentietijd (IELT)

·       erectieproblemen

-          Lichamelijke comorbiditeit

·         klachten passend bij hyperthyreoïdie of prostatitis

-          Psychiatrische en psychologische comorbiditeit

·       o.a. depressie

·       relatieproblematiek

 

Lichamelijk onderzoek:

   In principe niet noodzakelijk

   Aanvullend onderzoek naar de schildklierfunctie of prostatitis bij klachten op dit gebied bij verworven vroegtijdige zaadlozing

 

Vragenlijst:

   Vragenlijst Seksuele Disfuncties (VSD) (op indicatie)

   Diagnose vroegtijdige zaadlozing gesteld

·       Subtype: levenslang, verworven, normaal variabele vroegtijdige zaadlozing of vroegtijdig-achtige zaadlozingsdisfunctie

   Hulpvraag is opgehelderd

Beoordeling

   Bespreken van bevindingen en behandelopties

   Formuleren behandeldoel(en)

   Vaststellen behandelplan

   Start behandeling

   Verwijzing/overleg:

·       bij comorbide lichamelijke problematiek (bijv. hyperthyreoïdie, prostatitis): naar medisch specialist, evt. combinatie met (tijdelijke) ejaculatievertragende medicatie

·       bij stabiele chronische comorbide problematiek: overleg met andere behandelaar voor evt. aanpassing medicatie

·       bij dominante psychische problematiek: naar GGZ

·       bij onvoldoende eigen expertise: naar arts/psycholoog-seksuoloog NVVS

Stap 2

 

Permission

Limited information

Normaliseren

Toestemmen

Voorlichten

Psycho-educatie seksualiteit:

   Uitleg over subtypen van vroegtijdige zaadlozing

   Bij levenslange of verworven vroegtijdige zaadlozing:

·       educatie over de neurobiologische basis hiervan

·       educatie over het onvermogen om de zaadlozing zelf te beïnvloeden

·       educatie over de verschillende behandelmogelijkheden

·       aandacht besteden aan evt. schaamte- en schuldgevoelens

   Bij normaal variabele vroegtijdige zaadlozing:

·       geruststelling

·       psycho-educatie: het af en toe hebben van een vroegtijdige zaadlozing is geen seksuele stoornis, maar een normale variatie van de zaadlozingstijd

   Bij vroegtijdig-achtige zaadlozingsdisfunctie:

·       uitleg over relationele en psychologische aspecten

   Klachten verholpen: terugvalpreventie

   Klachten niet verholpen: naar stap 3

Stap 3

 

Specific suggestions

Modificatie van enkele belangrijke instandhoudende of oorzakelijke factoren bij geen of weinig comorbiditeit

Eenvoudige medische interventies:

   Bij levenslange vroegtijdige zaadlozing: meteen met medicatie behandelen, al dan niet gecombineerd met CGT

   Medicatie:

·       orale inname: SSRI’s (paroxetine, sertraline, citalopram, escitalopram)

·       dagelijkse inname (eerste week halve dosering)

·       on demand-inname (clomipramine)

·       lokaal aangebrachte zalf (lidocaïne/prilocaïne)

   Klachten verholpen: terugvalpreventie

   Klachten niet verholpen: naar stap 4

Stap 4

 

Intensive therapy

Modificatie van complexe met elkaar samenhangende instandhoudende of oorzakelijke factoren

Psychologische-seksuologische interventies:

   Bij het verworven en het vroegtijdig-achtige type zonder ernstige individuele psychische, medische of relationele problemen, gericht op:

·       verbeteren communicatie en positieve interactie met partner (o.a. oefening Samen iets ondernemen, Wensen en grenzen, Mythes en misverstanden)

·       verbeteren manieren van vrijen (o.a. oefening Stop-start solo, Stop-start duo, Stappenplan gemeenschap)

·       cognities m.b.t. orgasme

 

Medische-seksuologische interventies:

   Farmacologische therapie of een combinatie hiervan met CGT en/of partnerrelatietherapie

   Klachten verholpen: terugvalpreventie

   Klachten niet verholpen: naar stap 5

Stap 5

 

Evaluatie

Evaluatie en herformulering doelstelling

Farmacotherapie:

   Bij vastgestelde positieve medicatie-effecten: chronische farmacotherapie, met:

·       regelmatig herbeoordeling, medicatiewijziging, evt. medicatiepauze;

·       blijvend monitoren van seksuele bijwerkingen

   Klachten verholpen: terugvalpreventie

   Acceptatie van de disfunctie

   Start behandeling ander probleem

 

Bron: Van Lankveld J., ter Kuile M., Leusink P.(2010). Seksuele Disfuncties, diagnostiek en behandeling. Houten: Bohn Stafleu Loghum.